De werken van Nico De Guchtenaere kunnen worden gezien als meditatie omtrent het natuurlijke van kunst maken, omtrent de fysieke en mentale activiteit van de mens. Er is een voortdurend spel van opponenten in deze werken: tussen de innerlijke en de uiterlijke wereld, tussen het zichtbare en het verhulde; tussen traditionele schilderkunstige ex-pressiviteit en postmoderne strategieën.

Het is een manier van reflecteren over het creatieve proces door de natuurlijke wereld, en het natuurlijk gegroeide, te evoceren als een proces van kracht, een proces van leven, sterven en wedergeboorte. De organische vormen staan dus als het ware metafoor voor de eigen artistieke evolutie, als een meditatie omtrent het natuurlijke van kunst maken, omtrent de fysieke en mentale activiteit van de mens.

Vanuit zijn interpretatie van de natuur ontwikkelt Nico De Guchtenaere geen puur abstracte kunst, maar een abstracte en zeer materiële transformatie van z’n expressionistisch temperament. Zijn iconografie suggereert een nieuwe betekenis, ze dient de constante herinnering aan een esthetisch bewustzijn.